Aanvulling over de vervolgreis van de potten door Lucas Bourdrez, kleinzoon van Frans Bourdrez (correspondentie met Jan van Campen op 13-01-2026):
‘Het had niet veel gescheeld of de potten waren er niet meer geweest. Frans Bourdrez nam zoals gezegd de potten mee in het vliegtuig terug naar de toenmalige hoofdstad Nanjing, waar hij woonde, ten koste van zijn baggage. Frans was geen ervaren kunstverzamelaar. Hij kocht wat hij mooi vond, veelal kommetjes en kleine beeldjes, zoals een Tang-paard. Hij zette die voorwerpen achteloos op de kast of op de koffietafel. Frans wist echter dat de prehistorische potten bijzonder waren. Hij nam wel een foto van alle potten op de trap voor zijn huis, zoals te zien in het artikel. Maar daarna pakte hij ze weer voorzichtig in in enkele kisten. Zo stonden ze ruim een jaar onaangeraakt, opgeslagen in zijn huis in Nanjing. Toen werd het oorlog.
Japan had al vaker stukken Chinees grondgebied ingenomen. In de zomer van 1937 begon Japan echter aan een complete invasie van China. Het doel was om de Guomindang-regering te verjagen en het hele land in te nemen. Frans was overtuigd dat de oorlog niet lang zou duren. China en Japan zouden vast een diplomatieke oplossing vinden, dacht hij, en dan zou alles weer worden als normaal. Voor de zekerheid stuurde hij zijn vrouw en zoontje wel naar Qingdao, een veilige plek. Het werd een lange oorlog, weten we nu. Japan wilde niet onderhandelen. En ook de Chinese regering van generaal Chiang Kai-shek volharde. Hij trok zich steeds verder terug landinwaarts en bleef vechten.
Frans doorstond veelvuldige bombardementen in een zelfgegraven schuilkelder in zijn tuin. Hij had al zijn spullen zorgvuldig ingepakt, maar geen mogelijkheid meer om ze te verschepen. Frans vluchtte pas op het laatste moment weg uit Nanjing, vlak voor de Japanse troepen de stad innamen. Hij vluchtte niet omdat hij weg wilde of bang was. Hij ging er immers van uit dat hij als Nederlandse diplomaat met rust gelaten zou worden. Hij had een blindedarmontsteking en wilde graag behandeld worden in een goed ziekenhuis. Hij verliet Nanjing met één tas kleren en liet zijn huis met al zijn bezittingen achter, inclusief de zes potten die nu in het Rijksmuseum staan. Hij had een huismeester, genaamd Yang, die het huis zou beheren in zijn afwezigheid.
Frans had de oorlog verkeerd ingeschat en ook zijn status als Nederlanse diplomaat bleek weinig waard. Zijn huis in Nanjing werd twee keer geplunderd door Japanse soldaten. Gelukkig werd er weinig gesloopt en gestolen. Dat is vooral te danken aan zijn Amerikaanse buurman die een oogje in het zeil hield en aan het feit dat de Japanse soldaten zeer snel tevreden waren toen ze de drankvoorraad van mijn grootvader ontdekte en andere bruikbare spullen. Zijn persoonlijke bezittingen bleven ongedeerd. Dat de Chinese huismeester het overleefde is wel een wonder, want de Japanse troepen vermoordden in een paar weken honderdduizenden Chinese inwoners van Nanjing. Yang kreeg overigens wel een flink pak slaag. De potten bleven ondanks de vele bombardementen en de twee plunderingen veilig in hun kisten.
Frans was eind 1937 met zijn gezin via Qingdao naar Hongkong gereisd. Daar maakte hij zich ernstig zorgen over al zijn spullen in Nanjing, waaronder de potten. Via het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken maakte Frans formeel bezwaar tegen de plunderingen en hij eiste compensatie. Die compensatie kreeg hij niet, maar het Japanse leger werkte mee aan het verschepen van al zijn bezittingen van Nanjing, via Shanghai, naar Hong Kong. Vermoedelijk zijn alle spullen van het gezin Bourdrez door Japanse soldaten in kisten ingepakt en op een Japans schip verscheept naar Shanghai. Daar ging het nog bijna helemaal mis. Een of meerdere kisten viel bij het uitladen in het water, tussen wal en schip. Gelukkig zat in die kasten vooral meubels, want het had zomaar het einde kunnen betekenen van deze zes neolithische potten.
De potten hebben samen met alle andere spullen nog bijna twee jaar in Shanghai en Hongkong in een opslag gestaan, terwijl de oorlog vlakbij gaande was. Het gezin Bourdrez moest het al die tijd doen zonder hun complete huisraad, tientallen stuks meubilair, al hun kleren, boeken, kunst, langspeelplaten, etc. Frans Bourdrez wist dat alleen de zes prehistorische potten echt onvervangbaar waren. Hij hoorde pas in april 1939, een maand voor zijn tragische dood, dat de potten nog bestonden. Maar hij heeft ze nooit meer gezien. Op 10 mei 1939 kwam hij om het leven. Pas na zijn dood zijn al zijn spullen uit het huis in Nanjing naar Nederland verscheept. Enkele maanden nadat ze daar aankwamen was het ook in Nederland oorlog.’