terug

Vaas

Collectie: Frans Hals Museum

  • De kunstenaar Cornelis Pronk (1691-1759) maakte in de periode 1734-1738 vier ontwerpen voor serviesonderdelen die de VOC in China liet maken.[1] Waarschijnlijk maakte Pronk in 1735 het ontwerp dat bekend is geworden als ‘de vier doctoren’: drie mannen zitten rond een tafeltje terwijl een vierde achter hen staat. Het jaar erop is een vereenvoudigde versie van het ontwerp gemaakt en naar China gestuurd, met alleen de drie zittende mannen. Deze laatste tekening is bewaard gebleven in het Rijksmuseum.

    Waar Pronk zijn inspiratie vandaan haalde is niet precies duidelijk. Jörg wijst op een 16de-eeuwse pot met als decor drie taostische figuren rond een tafeltje met een schaakbord.[2] William Motley oppert de veel geschilderde verbeelding van een scène van Su Dongpo’s ‘Ode aan de Rode Klif’, met mannen zittend in een boot.[3] In Lu Zhangshen’s Passion for Porcelain wordt de gewezen op de verwantschap met de uitbeeldingen van de drie wijzen: Confucius, de Boeddha en Lao zi.[4] Een voorbeeld waarbij zij zittend zijn afgebeeld, vrijwel in dezelfde formatie als bij Pronk, is de schildering van Ding Yunpeng (1547-1628) in het Palace Museum in Beijing. Dat zal Pronk nooit gezien hebben, maar het is een populair thema geworden, onder meer bekend als ‘the vinegar tasters’ waarbij de drie heren om een vat azijn staan, waarvan ze de smaak steeds wisselend beoordelen –zuur, zoet, bitter, in overeenstemming met hun visie op het leven. Het vat functioneert als het tafeltje bij Pronk.

    Ik denk echter dat Pronk voor de compositie, voor het idee van een groepje mannen rond een tafel geen specifiek Chinees voorbeeld nodig had. Hij kan zich daarvoor op een veel breder arsenaal aan voorbeelden gebaseerd hebben, zoals de Indiase miniatuur die Rembrandt in bezit had en als inspiratie voor een van zijn tekeningen gebruikte.[5] Daar zitten de mannen naar elkaar toegewend, in gewaden die in kleur en vorm niet ver af staan van Pronks ontwerp. Rembrandt voegde in zijn tekening een boom aan het geheel toe, net als Cornelis Pronk.

    Het ligt ook voor de hand dat Pronk te rade ging bij recente chinoiserieontwerpen in zijn directe omgeving, van de collega-kunstenaars vader en zoon Pieter Schenk. Hun ‘Nieuwe geinventeerde Sineesen’ zijn niet precies gedateerd, maar het staat vast dat ze al in de jaren ’30 van de 18de eeuw op Meissen werden geschilderd. Het lijkt me sterk dat er géén verband bestaat tussen deze Duitse, nieuwe en begerenswaardige producten naar Nederlands chinoiserieontwerp en de poging van VOC iets dergelijks te doen met Pronk en Chinese pottenbakkers en schilders. Bij Schenk is een knielende figuur tamelijk verwant aan Pronks doctoren te zien in een van de titelpagina’s.[6] Op een andere prent zitten Chinezen deels op de grond en deels op stoelen rond een tafel.[7] In een derde prent knielt een bediende en strekt daarbij zijn waaier voor zich uit – in houding vergelijkbaar met de man die een vis aanbiedt in Pronks ‘doctoren’.[8]

    Motley wijst op een passage in Le Comte’s Nouveau mémoire dur létat présent de la Chine (1696), waarin rijst en vis worden genoemd als voedingsmiddelen die in China aan zieken werden gegeven ter bespoediging van hun herstel.[9] Dit zou de aanwezigheid van de eerder genoemde vis verklaren. Ik weet het niet. Ik denk dat we hier met doctoren te maken hebben – wijze mannen zijn en geen doktoren – geneesheren. En dan is deze verklaring niet op z’n plaats, al heb ik er zelf geen betere voor.

    Geen van de genoemde voorbeelden en inspiratiebronnen zijn exact door Pronk nagevolgd. Ongetwijfeld geeft dat juist inzicht in zijn werkwijze: uit de veelheid van Aziatisch materiaal dat in Amsterdam voorhanden was, een ontwerp maken dat tegemoet kwam aan het China-beeld van dat moment. Chinoiserie is niet een kopie van één voorbeeld maar de verwerking van veel verschillende Aziatische beeldelementen tot iets nieuws.

    De fles in het Frans Hals Museum is ook bekend in emailkleuren en in Museum Boijmans is een fraaie schaal met dit decor.[10] De flessen maakten oorspronkelijk deel uit van een schoorsteenstel, bestaande uit drie flessen en twee bekers.[11] Het Frans Hals Museum bezit een fraaie groep Pronk-porselein, bestaande uit deze fles, twee melkkannen en een pattipan, alle in onderglazuur blauw beschilderd.

     

     

     

    [1] C.J.A. Jörg, Pronk Porselein; porselein naar ontwerpen van Cornelis Pronk (tent.cat. Groninger Museum), Groningen, 1980.

    [2] Jörg 1980, pp. 30-31.

    [3] W. Motley, Tiptoe through the tulipières (verkoopcat. Cohen & Cohen), Londen, 2008, p. 28.

    [4] Lu Zhangshen (red.), Passion for Porcelain; masterpieces from the British Museum and the Victoria and Albert Museum, (n.pl., 2012), p. 66.

    [5] K.H. Corrigan e.a. (red.), Asia in Amsterdam; the culture of luxury in the Golden Age (tent.cat. Peabody Essex Museum, Salem), New Haven en Londen, 2015, cat.no. 80. Ook Pinto de Matos stelt dat het vinden van een exact voorbeeld niet zo zinvol is: M.A. Pinto de Matos, The RA Collection of Chinese ceramics; a collector’s vision, Londen 2011. Deel II, nr. 291.

    [6] Rijksmuseum, RP-P-2013-9-37.

    [7] Rijksmuseum, RP-P-1985-400.

    [8] Rijksmuseum, RP-P-2013-9-33.

    [9] W. Motley, Baroque & Roll (verkoopcat. Cohen & Cohen), Londen, 2015, p. 114. De vis zou ook een verbastering kunnen zijn van de lepel die de vinegar tasters gebruiken, vriendelijke mededeling van Ching-Ling Wang, Rijksmuseum.

    [10] Gemeentemuseum Den Haag inv.nr. 0324043, Museum Boijmans van Beuningen A 3486.

    [11] Voor een complete set, zie D.S. Howard, The choice of the private trader; the private market in Chinese export porcelain illustrated from the Hodroff collection, Londen, 1994, nr. 284.

  • Log in om uw reactie achter te laten. Inloggen kan pas nadat u zich als gebruiker heeft aangemeld

Soortgelijke stukken