terug

Terrine

Collectie: Museum Arnhem

  • collectie: Museum Arnhem

    Zoals Hartog al opmerkte is de vorm van deze terrine verwant aan Chinese bronzen.[1] De vorm van het geheel, de vorm van de oren en voeten komt overeen met een bronzen vat uit de Oostelijk Zhou-periode, 600 v.Chr. in de Sackler collectie.[2] Voor de uitstekende rand kon zo een-twee-drie geen vergelijkbaar voorbeeld in brons gevonden worden. Die is echter wel bekend in wierookbranders van Japans Kakiemon-porselein van enige decennia vóór deze terrine.[3] Ook voor deze Japanse voorloper geldt dat de vorm is gebaseerd op archaïsche bronzen. Deze wierookbranders waren niet speciaal voor de export vervaardigd, maar behoren tot de oude collectie Royer. Met andere woorden: ze waren wel al in de achttiende eeuw in Nederland. Het is niet duidelijk of de vertaling van brons naar porselein in Japan en China onafhankelijk van elkaar plaatsvonden of dat de Chinezen voortborduurden op deze Japanse vondst. Interessant is wel dat deze terrines typisch voor Europese markt bestemd waren – een plek waar de consumenten weinig vreugde beleefden aan subtiele verwijzingen naar een daar nog geheel onbekend verleden van China. In de jaren 60 van de 18de eeuw wordt het gebruikelijker om serviesonderdelen met dergelijke pootjes te maken. Deze terrines dienden mogelijk als bron van inspiratie voor deze mode.

    Het materiaal van de terrine wordt aangeduid als pate tendre, soft paste of steatiet porselein. De samenstelling van de klei is anders dan het gewone porselein.[4] De eigenschappen zijn hierdoor anders: lichter van gewicht, poreus, opaak, ivoorkleurig wit, met een gecraquleerd glazuur. Het moet in de achttiende eeuw zijn ontwikkeld en werd vooral voor kleine objecten gebruikt.[5] Lunsingh Scheurleer merkte op dat d’Entrecolles het in zijn eerste brief over de porseleinproductie, van 1712, nog niet noemt, maar in zijn tweede, van 1722 wel. Grotere hebben soms een pate tendre sliblaag. De samenstelling van de klei leent zich blijkbaar voor fijn schilderwerk want pate tendre voorwerpen zijn meestal zorgvuldig en gedetailleerd beschilderd.

     

    [1] S. Hartog, Pronken met Oosters porselein, Zwolle, 1990, nr. 108, p. 99.

    [2] J. So, Eastern Zhou ritual bronzes from the Arthur Sackler collections, New York, 1995, nr. 61.

    [3] Rijksmuseum inv.nr. AK-N6351-A/B, 1670-1690.

    [4] Van Oort en Kater merken op dat kaolin is weggelaten en gemalen speksteen hiervoor in de plaats is gebruikt. H.A. van Oort en J.M. Kater, ‘Chinese Soft Paste or Steatitic Porcelain’, Arts of Asia 12/2 (1982), pp. 115-123. Rose Kerr and Nigel Wood spreken van een micarijke kaolin soort. De Engelse navolgers bereikten ongeveer het zelfde resultaat met speksteen. R. Kerr en N. Wood, Ceramic technology (Vol. 5, part XII in J. Needham, Science and civilisation in China), New York etc., 20014, p. 766.

    [5] D.F. Lunsingh Scheurleer, Chine de Commande, Lochem, 1989, pp. 115-116.

  • Log in om uw reactie achter te laten. Inloggen kan pas nadat u zich als gebruiker heeft aangemeld

Soortgelijke stukken