terug

Paar stoelen

Collectie: Gemeentemuseum Den Haag

  • In de periode 1650-1720 is de rechthoekige vorm van dit stoeltype nauwelijks aan stijlveranderingen onderhevig geweest. De voornaamste karakteristieken van deze stoelen zijn dat zij veelal uit ebbenhout zijn vervaardig en een brede zitting hebben. In Holland was omstreeks 1650-1660 de zogenaamde Spaanse stoel ook een rechthoekig meubel met getordeerde poten en regels. De hoekige meubelen van die tijd worden tegenwoordig als weinig comfortabel ervaren. 

    Oorspronkelijk gebruikte men echter kussens om het zitten te veraangenamen. Van de Wall noemt als kenmerk de laagte van de zitting, maar dat is niet geheel juist, omdat ook in Europa in de zestiende en zeventiende eeuw zulke lage stoelen bestonden die voor vrouwen waren bestemd. 

    De stoelen zijn int wee categorieën te verdelen, volgens de bestemming van e stoel of aan de hand van de decoratie. De indeling volgens bestemming leidt tot een onderscheiding van de vrouwenstoel, mannenstoel, kinderstoel en kerkstoel. De vrouwenstoel is lager dan de mannenstoel. De mannenstoel heeft in de regel een bredere zitting. Beide stoeltypen kunnen armleuningen hebben, al zijn er van de mannenstoelen maar heel weinig exemplaren bewaard gebleven.

    De kinderstoel is uiteraard kleiner en lijkt het meeste op de vrouwenstoel met armleuningen en smalle zitting. De kerkstoel is een variant van de vrouwenstoel, die niet alleen rijker is maar ook aan de achterzijde gebeeldhouwd. 

    De lage stoelen stonden in de zaal of galerij waar zich het huiselijke leven afspeelde. De hoge stoelen bevonden zich vooral in de ontvangstkamer, van waaruit je de gracht kon overzien. De kerststoeltjes werden op zondag naar de kerk gebracht zodat de vrouw des huize daar kon zitten. 

     

    De hier afgebeelde stoelen zijn lage meubels zonder armleuningen en rondom van snijwerk in halfhoog reliëf voorzien. Dit type snijwerk is veel gemaakt in het Ambachtskwartier van Batavia, maar komen we ook in India en op Ceylon tegen. Als voorbeeld hebben volgens sommige auteurs de sitsen uit India gediend, als ook de vele nieuwe publicaties met afbeeldingen van bloemen. Rond 1640 bepaalden de Heeren Zeventien van de V.O.C. de motieven op de sitsen in India. De verscheidenheid aan versieringsmotieven die wij in het snijwerk op meubelen aantreffen, vinden we ook terug op het V.O.C.- zilver met gedreven bloemornamenten. Het snijwerk van deze stoelen komt overeen met het snijwerk op een houten kistje met gemerkt zilverbeslag uit Batavia dat zich eveneens in het Gemeentemuseum Den Haag bevindt. (S.M. Voskuil-Groenewegen, J.H.J. Leeuwrik en T.M.Eliëns, Zilver uit de tijd van de Verenigde Oostindische Compagnie, Zwolle 1999, cat. nr. 82)

  • Log in om uw reactie achter te laten. Inloggen kan pas nadat u zich als gebruiker heeft aangemeld

Soortgelijke stukken