terug

Ledikant met sitsen sprei

Collectie: Gemeentemuseum Den Haag

  • De oorsprong van het ledikant als compagniesmeubel is terug te voeren tot het vrijstaande, West-Europese ledikant en niet naar de kooy, zoals de bedstede in de zeventiende eeuw in Nederland werd genoemd. De kooy stond of met één zijde vast aan de wandbetimmering waarmee het één geheel vormde, of als pronkstuk los in het vertrek. Het meubel kon aan de open zijden worden gesloten met zware draperieën. Het vrijstaande ledikant heeft op de vier hoekpunten stijlen die worden bekroond met knoppen waarop een raam voor de hemel rust. 

     

    De vroegste compagniesledikanten werden vervaardigd uit kaliatoerhout, terwijl later gebruik werd gemaakt van het kostbare ebbenhout. Kenmerkend voor het compagniesledikant is dat het meubel relatief laag is en voorzien van een hemel. Daarnaast valt het rijke snijwerk op. 

     

    Bij het hier afgebeelde ledikant bestaat het snijwerk op het hoofd- en voeteneinde en op de huizen uit granaatappelmotieven in halfhoog reliëf. De rij getorste spijlen wordt aan de bovenkant versierd met uitwaaierende bladeren van de buxuspalm. De bovenste lijst van de bovenregel heeft grote, naar boven gericht snijwerk in de vorm van een opengewerkte bloem. Dergelijk snijwerk in halfhoog reliëf komen we veel tegen bij ledikanten. Ledikanten met snijwerk in laagrelieëf op een gehamerde ondergrond zijn zelffaam. 

     

    Het ebbenhouten, rijk versierde ledikant bevond zich meestal in het interieur van welgestelde burgers. In de overige huishoudens sliep men op een luibank of granaat. De sitsen sprei van dit ledikant heeft een V.O.C. monogram. 

  • Log in om uw reactie achter te laten. Inloggen kan pas nadat u zich als gebruiker heeft aangemeld

Soortgelijke stukken