terug

Kom

Collectie: Het Scheepvaartmuseum

  • Scheepvaartmuseum

    Grote kommen met deze voorstelling – de Europese factorijen in Kanton - werden vanaf de jaren ’60 van de 17de eeuw geliefde en kostbare souvenirs. Ze staan in nauw verband met de schilderingen op zijde en papier met hetzelfde thema. Hun aantrekkelijkheid ontlenen ze aan de overdaad aan details - de boten, doorkijkjes, Chinese en Europese figuren, tot in de vlaggenmast aan toe – die het dagelijks leven in Kanton even heel dichtbij lijken te brengen. De opbloei van de belangstelling voor dit thema heeft te maken met de ontwikkeling van de buitenlandse handel in Kanton.[1] Die groeide in deze jaren sterk. De Chinese autoriteiten concentreerden de buitenlandse handel nog strikter dan voorheen in Kanton, ze wezen een samenwerkingsverband van Chinese handelaren, de Co-hong, aan als verantwoordelijke voor deze handel. Een van de gevolgen was dat plotseling meer Europeanen dan in de jaren daarvoor in Kanton verbleven en dat de behoefte aan woon- werk en opslagruimte groeide. Vanaf dit moment werden factorijen in Europese stijl gebouwd, en dit leidde tot trots en tevredenheid. Toen de Zweden de verbouwing van hun factorij voltooid hadden schreef een van hen in een brief naar huis dat hun factorij op een paleisje leek.[2] Reden genoeg om de gebouwen te laten schilderen op papier of porselein. Dit gebeurde vanaf het eind van de jaren ’60 tot ver in de 19de eeuw.

    Omdat er veel verbouwd werd in Kanton en omdat dit werk goed gedocumenteerd is, is het mogelijk afbeeldingen van de factorijen nauwkeurig te dateren. Paul van Dyke en Maria Mok hebben onderzoek naar de verbeelding van Kanton gedaan en een strikte chronologie kunnen vaststellen. Deze kom blijkt een van de vroegst bekende te zijn, uit de winter van 1769-1770.[3] De Engelse factorij heeft nog een vleugel die tot aan het water naar voren steekt – deze zou in 1771 vervangen worden door een open veranda. Het werk aan de Zweedse factorij dat in april 1769 werd afgerond, is al klaar.

    Van Dyke en Mok wijzen erop dat er een verschil in accuratesse bestaat tussen het schilderwerk op porselein en het werk op papier en zijde. Voor het werk op papier en zijde geldt nog sterker dat elke schildering een momentopname was. Waarschijnlijk was ook alleen de meest actuele afbeelding te verkopen. De schilders hadden voorbeelden in hun atelier, maar gingen ter plekke controleren of de situatie nog klopte en zij pasten hun schilderingen steeds aan.[4] Het is onwaarschijnlijk dat de porseleinschilders dat ook deden. Zij maakten waarschijnlijk gebruik van schetsen van de ‘echte’ schilders en liepen dus misschien een fractie bij de actualiteit achter. De bolle wand van de kom maakte het natuurlijk extra moeilijk om precies waarheidsgetrouw te werken. Maar ongetwijfeld was het van groot belang de werkelijkheid dicht te benaderen om deze dure kommen te kunnen verkopen.

    Het is interessant dat er in de literatuur vijf identieke kommen bekend zijn – grote kans dat er meer bestaan, of bestaan hebben.[5] Over de bestelling kunnen we slechts gissen. Het kan één grote specifieke bestelling zijn geweest, maar dit lijkt me een kostbaar stuk waarvan een koper er één, en geen serie wilde bezitten. Het is mogelijk dat het atelier dat deze kommen maakte, ze ‘voor de markt’ produceerde en rekende op voldoende klanten uit al de factorijen die waren afgebeeld of één kom in een porseleinwinkel in Kanton tentoonstelde zodat geïnteresseerden een identiek exemplaar konden bijbestellen. Voorbeeldborden, borden met verschillende genummerde versieringen afkomstig uit porseleinwinkels en afbeeldingen van dergelijke porseleinwinkels lijken op dat laatste te wijzen.

     

     

    [1] Paul A. van Dyke en M.K.-W. Mok, Images of the Canton Factories 1760-1822; reading history in art, Hong Kong, 2015, p. 1.

    [2] Van Dyke en Mok p. 5.

    [3] Van Dyke en Mok p. 4.

    [4] R. van der Poel, ‘China back in the frame; an early set of three Chinese export harbor views in the Rijksmuseum’, The Rijksmuseum Bulletin 61/3 (2013), pp. 277-293.

    [5] Behalve het scheepvaartmuseum (d. 40), Peabody Essesx Museum (W. Sargent, Treasures of Chinese Export Ceramics from the Peabody Essex Museum, Salem, 2012, nr. 238, d. 40,5 cm.), Cohen & Cohen (W. Motley, Ladies first, or There’s nothing like a dame (verkoopcat. Cohen & Cohen), Reigate, 2007, nr. 29, pp. 48-50, diam. 36 cm.), onbekend, F. en N. Hervouet, La porcelaine des Compagnies des Indes à décor occidental, Parijs, 1986, nr. I.26, p. 25 (diam. 39,2 cm.), Jorge Welsh (A Time and a Place; views and perspectives on Chinese export art (verkoopcat. Jorge Welsh), Londen, 2016, nr. 79 (d. 40,5 [maar niet zelfde ex als Peabody]). De maten verschillen steeds dus het moeten vier verschillende stukken zijn. De verwijzingen naar de andere stukken zijn afkomstig uit Sargent 2012.

  • Log in om uw reactie achter te laten. Inloggen kan pas nadat u zich als gebruiker heeft aangemeld

Soortgelijke stukken