terug

Dekselvaas

Collectie: Huis Van Gijn

  •  

    Met deze dekselvaas is iets vreemds aan de hand. [1] Het type is welbekend: een vaas met een slanke eivorm en een rechte dop; de versiering bestaat uit twee grote velden op de buik beschilderd met kostbaarheden en vogels op bloeiende planten. Zij zijn omgeven door een brede blauwe band waarin witte ranken zijn uitgespaard. Dergelijke dekselpotten moeten kort na het midden van de 17de eeuw in de mode zijn geweest. Zowel op een schilderij van Pieter de Hoogh uit 1663 als van Emanuel de Witte uit 1678 zien we een welvarend en modieus gezelschap in een interieur waarin dergelijke potten een prominente plek hebben.[2] Bij De Witte staat een paar op de hoge schoorsteenmantel en bij De Hoogh staat het paar op de kast. Willem Kalf, de meest vooraanstaande stillevenschilder van deze periode, beeldde een dergelijk pot af op tenminste vier stillevens.[3]

    De datering van de schilderijen duidt er al op dat de pot op in principe z’n laatst uit de Overgangsperiode kan stammen (1635-1650); daarna viel de productie en uitvoer van Chinees porselein stil tot ca. 1685. Dat stemt goed overeen met de aanwezigheid van dergelijke potten in de lading van de Hatcher-jonk die ongeveer in 1645 verging.[4] In de lading van de jonk komen zeer vergelijkbare dekselpotten voor, naast de iets gedruktere eivorm met grote, grillig gevormde witte velden op de buik. Vooral in het schilderij van De Witte is de slankere variant, de variant van Huis Van Gijn te herkennen. Kalf had de meer gedrukte variant tot zijn beschikking.

    Bij nadere bestudering blijkt echter het schilderwerk op de pot in Dordrecht af te wijken van de decors op Overgangsporselein. De motieven lijken door een Europese hand te zijn geschilderd. Er zijn Delftse navolgingen bekend uit de 17de eeuw.[5] Het schilderwerk komt hier sterker mee overeen dan met dat op de Chinese stukken. Dat geldt ook voor de stijve band op de schouder. De pot in Dordrecht is echter van porselein en niet van aardewerk. Mogelijk is het een 19de-eeuwse Europese navolging, eerder van het Delftse stuk dan van het Chinese origineel. Dat er in de 19de en vroege 20ste eeuw in Europa keramiek naar (in de verte) Chinees voorbeeld werd gemaakt, is bekend. In een catalogus van Tichelaar & de Vries staan verschillende voorbeelden van exacte navolgingen van Chinees blauw wit.[6] In het geval van deze pot is dat helaas niet het geval. De samenwerking tussen Tichelaar en De Vries bestond in de jaren 1918-1924.[7] Een Engelse producent van imitaties van Chinees porselein kennen we uit een niet gedateerde catalogus uit ongeveer 1900: ‘Tuscan China’ van de R.H. Plant uit Longton, Staffordshire.[8] Een voorbeeld van Europees porselein uit deze periode met een imitatie-Overgangs-decor bevindt zich in Museum Tétar van Elven in Delft.[9] Daar is de fles echter gegoten – zoals blijkt uit de verticale naden - en is de decoratie met transfertechniek aangebracht. Kortom: alle verwante voorbeelden zijn net anders dan de pot in Huis Van Gijn, maar juist dat maakt het stuk alleen maar intrigerender.

    Helaas is er geen informatie voor handen over de verwerving.

     

    [1] Gepubliceerd in D.F. Lunsingh Scheurleer, ‘Ceramiek in het Mr, Simon van Gijn’, Vormen uit Vuur 115, 1984/3, p. 5.

    [2] Het schilderij van Pieter de Hoogh bevindt zich in het Cleveland Museum of Art, zie K.H. Corrigan e.a., Asia in Amsterdam; the culture of luxury in the Golden Age, Salem/Amsterdam, 2015, p. 125; dat van De Witte in de Alte Pinakothek in München, zie C.W. Fock e.a., Het Nederlandse interieur in beeld, Zwolle, 2001, nr. 111, p. 156.

    [3] De stillevens bevinden zich in het Indianapolis Museum of Art (1669), het Dorotheum in Wenen (ca. 1660), het Louvre in Parijs en het Prinsenhof in Delft. Vergelijk de dekselpot in het Rijksmuseum AK-MAK-1741.

    [4] C. Sheaf en R. Kilburn, The Hatcher Porcelain Cargoes; the complete record, Oxford, 1988, pl. 82, p. 60 en M. Butler, Chinese Porcelain from the Butler Collections (tent. Cat. Musée National d’histoire en d’art) Luxemburg, 2008, nr. 63.

    [5] De Griekseche A (Adrianus Kocx), 1686-1701, Museum Prinsenhof Delft, B 17-62, in bruikleen van een particuliere collectie.

    [6] Uit de collectie handelscatalogi van de firma Boerboom uit Deventer, bibliotheek Rijksmuseum GF K 8 (6).

    [7] P.J. Tichelaar, Fries Aardewerk; Tichelaar Makkum 1868-1963, Leiden, 2004, p. 30.

    [8] Collectie Boerboom GF 8 K 4 (33).

    [9] I. Groeneweg en S. Braat, ‘Oosters porselein en Delfts aardewerk in Museum Paul Tétar van Elven te Delft’, Mededelingenblad Nederlandse Vereniging Vrienden van de Ceramiek 129 (1988/1), afb. 4, p. 7.

  • Log in om uw reactie achter te laten. Inloggen kan pas nadat u zich als gebruiker heeft aangemeld

Soortgelijke stukken