Achtergrond

Zoektocht naar prentvoorbeelden

Voortkomend uit de traditie van kunst- en rariteitenkabinetten ontstond in de zeventiende eeuw een nieuwe vorm van verzamelen: het verzamelen van gedrukt en getekend cartografisch, topografisch en historisch werk op papier met betrekking tot een geografisch afgebakend gebied. Een dergelijke verzameling wordt een atlas genoemd. De atlas bevatte – in tegenstelling tot een gebonden atlas – willekeurig door de verzamelaar bijeengebracht materiaal en kon naar smaak en interesse uitgebreid worden.[1]

 

Vooral van Amsterdam zijn vele atlassen verzameld. Van een aantal omvangrijke atlassen is het nodige bekend over het bestaan, het uiteenvallen of het opgaan in latere atlassen en gemeentelijke of museale collecties.[2] Maar het is belangrijk te beseffen dat er daarnaast nog talloze andere Amsterdamse atlassen moeten zijn geweest – van uiteenlopende groottes en samengesteld door verzamelaars met uiteenlopende interesses en portemonnees. Over deze verzamelingen weten we niets.[3]

De achttiende-eeuwse verzamelaar had een breed scala aan bronnen tot zijn beschikking. De stad, die zich in de zeventiende eeuw had ontpopt tot het centrum van de prentindustrie, kende een sterke cartografische en topografische prenttraditie. Gevoed door de interesse van Amsterdammers voor hun woonplaats, resulteerde dit al vanaf het begin van de Gouden Eeuw in het verschijnen van vele plattegronden, profielen en andere stadsgezichten.

Met de vergroting van Amsterdam tijdens de Vierde Uitleg, die vanaf het begin van de jaren 1660 vorm kreeg, ontstond een nieuwe stroom topografisch en cartografisch drukwerk.[4] Ook in de achttiende eeuw bleven allerlei prenten verschijnen – zowel nieuwe als kopieën en herdrukken van eerder uitgegeven werk. Het materiaal valt grofweg onder te verdelen in drie groepen:

  1. los uitgegeven prenten;
  2. prenten bestemd voor talloze publicaties, zoals de rijk geïllustreerde stadsbeschrijvingen die vanaf de Vierde Uitleg verschenen;
  3. en prentseries.[5]

Zowel prenten die bedoeld waren voor publicaties, als prenten uit series, waren vaak ook los te verkrijgen. Soms werden deze prenten speciaal bijgedrukt voor de losse verkoop, maar het kwam ook voor dat prenten later uit gebonden werken werden gehaald om los verhandeld te kunnen worden.

Identificatie prenten

Omdat er zo veel topografische prenten van Amsterdam zijn en prenten van eenzelfde gebouw vaak op elkaar lijken,[6] was het voor het identificeren van de prentvoorbeelden van groot belang om eerst alle potentiële voorbeelden op te sporen. Hierbij is gebruik gemaakt van de collecties van het Stadsarchief en het Rijksprentenkabinet.

Vervolgens zijn alle mogelijk gebruikte prenten nauwkeurig met het desbetreffende bord vergeleken. Identificatie was in veel gevallen mogelijk door te letten op de weergave van specifieke details. Deze verschilden op de prenten onderling en steeds gold slechts voor één prent dat deze details precies overeenkwamen met de weergave van diezelfde details op het bord. Hoewel een prent altijd het uitgangspunt voor een bord is geweest, is in geen geval de prent letterlijk overgenomen. Vaak is bijvoorbeeld het beeld wat rustiger gemaakt door minder figuren op straat en minder boten in het water weer te geven.

 

 

Blader via onderstaande links door de presentatie: 

>> datering van de borden

>> geschiedenis van de kast

>> gezichten op Amsterdam (twee borden)

>> stadspoorten (acht borden)

>> torens (zeven borden)

>> waaggebouwen (vier borden)

>> beurs en de korenbeurs (drie borden)

>> uiteenlopende bouwwerken (zes borden)

>> dorpsgezichten (zes borden)

 

 

[1] Boudewijn Bakker, ‘De “Atlas van Amsterdam” en zijn encyclopedische wortels’, Maandblad Amstelodamum 100-3/4 (2013) pp. 99-133, aldaar pp. 99-105.

[2] Ibidem, pp. 105-107 en 110-119. Zie ook de andere artikelen in dit themanummer over Amsterdamse atlassen: Bert Gerlach, ‘Louis Splitgerber (1806-1879) en zijn Atlas van Amsterdam (1842-1879)’, Maandblad Amstelodamum 100-3/4 (2013) pp. 134-164, J.F. Heijbroek, ‘De Atlas Ottens. Een stadhouderlijke prentcollectie in het Rijksmuseum’, Maandblad Amstelodamum 100-3/4 (2013) pp. 165-175, J.F. Heijbroek, ‘De Atlas Amsterdam van het KOG’, Maandblad Amstelodamum 100-3/4 (2013) pp. 176-178.

[3] I.H. van Eeghen, ‘Illustraties van de 17de eeuwse beschrijvingen en plaatwerken van Amsterdam’, Jaarboek Amstelodamum 66 (1974) pp. 96-116, aldaar p. 96.

[4] Bakker 2013 (noot 28), pp. 107-108.

[5] Ibidem.
Van Eeghen 1974 (noot 30), pp. 96-116, passim.

[6] Dit hangt samen met het feit dat het gebruiken van eerdere voorbeelden voor het graveren van nieuwe koperplaten een veelvoorkomend fenomeen in de uitgeverswereld was.

terug naar een porseleinen atlas van amsterdam