Achtergrond

Verzamelgeschiedenis

Porselein in het interieur
Chinees porselein werd vanaf het begin van de 17de eeuw dikwijls duidelijk zichtbaar in het interieur opgesteld, op kasten en op randen van lambriseringen. Uit boedelbeschrijvingen uit deze periode blijkt dat het soms om aanzienlijke aantallen ging en geleidelijk ontstond de behoefte speciale voorzieningen te treffen voor het uitstallen van het porselein. De Oranjes speelden hierin een belangrijke rol. Amalia van Solms (1602-1675), echtgenote van de stadhouder, liet in de jaren ’30 van de 17de eeuw in haar appartement in het Oude Hof in Den Haag in een kabinet drie planken aanbrengen waarop zij haar porselein uitstalde. Dit kan gezien worden als de eerste stap op weg naar het porseleinkabinet, een vertrek dat volledig bestemd was voor het uitstallen van porselein.

Porseleinkamer uit het poppenhuis van Sara Rothé, 1743. De nissen met wandplanken en de piramide op het centrale kabinetje stammen uit een ouder poppenhuis, uit het eind van de 17de eeuw. Gemeentemuseum, Den Haag

Ook welgestelde burgers stelden steeds meer porselein op. Op kasten werden piramidale opzetstukken geplaatst waarop het porselein werd getoond, porselein werd in speciale hoekpiramides opgesteld en aan het eind van de 17de eeuw kwam het bekendste meubel voor het uitstallen van porselein in zwang: de porseleinkast, een grote kast op voet met glazen deuren.
Tegelijkertijd ontstond de mode om met behulp van consoles porseleinopstellingen voor de wand, en vooral voor de schoorsteen, te maken. Daniël Marot, een ontwerper die veel voor de Oranjes werkte, maakte hiervoor invloedrijke rijke interieurontwerpen met uitvoerige porseleinarrangementen.

Verzamelaars vanaf circa 1900:
Als onderdeel van Hollands roemrijke verleden

De groepen porselein die in de 17de en 18de eeuw bijeen werden gebracht, hadden vooral een decoratieve functie bij de aankleding van het huis. In de 19de eeuw veranderde dat. Aan het eind van de eeuw ontstond er een hernieuwde belangstelling voor wat dat intussen oud Chinees porselein was. Aanvankelijk was dit een onderdeel van de algemene liefde voor de eigen geschiedenis van de Gouden Eeuw. De VOC speelde daarin een belangrijke en roemruchte rol en terwijl de peper intussen vermalen was, was het porselein dat toen naar Nederland verscheept werd, nog in ruime mate aanwezig.

Schaal met ingegrifte kraanvogels, qingbai-goed, Song-dynastie, Rijksmuseum, bruikleen Vereniging van Vrienden der Aziatische Keramiek, AK-MAK-1278

Als onderdeel van China’s culturele historie
In het buitenland groeide, sterker dan in Nederland, intussen de interesse voor de kunsten van Japan (japonisme) en vervolgens ook China. Handelaren uit met name Londen staken over naar Nederland om hier porselein in te kopen voor de internationale kunstmarkt. Deze porseleinrage bereikte na 1900 ook Nederland. Er werd op internationaal niveau verzameld, maar wel met een duidelijke voorkeur voor het porselein dat hier vanouds bekend was.
Geleidelijk aan drong het tot de verzamelaars door dat er in China meer soorten keramiek waren vervaardigd, dan wat de VOC in het verleden had aangevoerd. Op de internationale kunstmarkt verschenen graffiguren uit de Han- en Tang-periode en monochromen uit de Song-periode. Geleidelijk aan groeide de kennis van en waardering voor deze stukken en werd ook deze vroege Chinese keramiek verzameld door particulieren en musea.

Tekst: Jan van Campen, Conservator Aziatische exportkunst, Rijksmuseum Amsterdam