Achtergrond

Porselein op bestelling

In zeer kleine hoeveelheden kwam Chinees porselein al in de 16de eeuw en zelfs eerder in Europa voor, voornamelijk door de contacten met het Midden-Oosten. Het werd gezien als een exotische schat. Op diezelfde manier werd ook in de eerste jaren van de 17de eeuw naar het porselein gekeken, toen porselein inmiddels in veel grotere hoeveelheden door de VOC werd aangevoerd.

Speciale bestellingen tot circa 1680
Verrassend snel ontstond echter de behoefte om invloed op het porselein uit te oefenen. Dat blijkt al uit notities in het VOC-archief: bepaalde typen porselein waren wel, en andere juist niet gewild en hetzelfde gold voor decoraties. Westerse vormen en decors op kraakporselein bestemd voor de Nederlandse markt zijn zeer schaars. Onder het Kraakporselein voor de Portugese markt komen overigens wel stukken voor met familiewapens. Ongetwijfeld was dat gewild, maar slaagden de Nederlanders er niet in dergelijke bijzondere stukken te kopen. Toen het Overgangsporselein in circa 1635 voor de Nederlanders beschikbaar kwam, lukte dat wel. Daar waren direct Europese vormen bij, zoals mosterdpotten naar metalen voorbeelden en bierkruiken naar voorbeelden van Duits steengoed. De decors bleven Chinees, dat werd in de bestellingen van de VOC keer op keer bevestigd.
In de periode dat China nauwelijks porselein kan uitvoeren (1650-1680) richtte de VOC zich op Japan. Het is opvallend dat daar vrijwel direct porselein met familiewapens, met opschriften en met het VOC-monogram besteld konden worden. Die trend, een toenemende vraag naar bijzondere bestellingen, zette na 1680 door toen de handel met China opnieuw mogelijk is.

Kan en schaal naar een metalen voorbeeld, China, circa 1700, Rijksmuseum, AK-NM-6940/41

De porseleinhandel rond 1700
De handel in Chinese goederen verliep via Batavia. Daar arriveerden de Chinese jonken die onder meer Chinees porselein aanbrachten. De VOC liet de handel al snel aan particulieren over en die kochten zowel het bulkgoed in (eindeloze hoeveelheden koppen en schotels, kommen en borden) als uitzonderlijke stukken die naar een voorbeeld moesten worden uitgevoerd. Dat was niet eenvoudig. Het voorbeeld moest met de jonken naar een havenstad in Zuid-China worden gebracht, vandaar naar Jingdezhen, diep in het binnenland. Daar werd de bestelling uitgevoerd en dan volgde de lange weg terug. Het is en wonder dat dit regelmatig tot het gewenste resultaat leidde. Voorbeelden zijn zowel in onderglazuur blauw als in famille verte bekend.

Onderschotel voor een melkkan met een voorstelling naar het ontwerp van Cornelis Pronk, China, circa 1740, Rijksmuseum, AK-NM-13703

Speciale bestellingen in Kanton vanaf 1729
De situatie werd vanaf 1729 een stuk eenvoudiger. Vanaf dat jaar had de VOC een handelsvestiging in Kanton. Zij handelde zelf weer in porselein, maar de VOC-dienaren konden naar hartenlust als souvenir of op bestelling bijzondere stukken aankopen. Het porselein werd nog steeds in Jingdezhen gebakken, maar de decors in emailkleuren werden grotendeels in Kanton aangebracht. De Nederlanders konden dus nauwkeurig aangeven wat zij wilden hebben. De grenzeloze bewondering voor alles wat Chinees was, was in deze periode aan het verminderen en veranderde in een waardering voor het vermogen van de Chinezen om goedkoop en adekwaat naar Europees voorbeeld te werken.
Deze bijzondere stukken zijn bijna altijd door particulieren besteld. Slechts een keer heeft de VOC geprobeerd porselein naar een door haarzelf aangeleverd voorbeeld, ontworpen door Cornelis Pronk, te laten uitvoeren. Er is bijzonder fraai Pronk-porselein bekend. Maar waarschijnlijk vond de VOC het te duur en het experiment stopte alweer snel.

Tekst: Jan van Campen, Conservator Aziatische exportkunst, Rijksmuseum Amsterdam