Achtergrond

Chinees porselein

Foto: stoet van kamelen en paarden, grafgift, aardewerk, China, 8ste eeuw, Rijksmuseum, bruikleen Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst, AK-MAK-65-70

China, 7000 jaar keramiek

China is het land met ’s werelds grootste en veelzijdigste keramische geschiedenis. Toen de Nederlanders aan het begin van de 17de eeuw op grote schaal in Chinees porselein gingen handelen, was die geschiedenis natuurlijk al eeuwen aan de gang. In tal van ovenplaatsen in het uitgestrekte gebied dat nu als China bekend is, werd keramiek gebakken: voor eigen gebruik en in sommige gevallen vervolgens ook voor de export naar landen buiten China. In de eerste plaats was dit gebruiksgoed, maar daarnaast werden ook figuren in de vorm van mensen en dieren gemaakt die als grafgift met overledenen werden meebegraven. Ook werden zeer verfijnde stukken keramiek gemaakt, vaak met monochrome glazuren, niet zozeer voor het gebruik, maar eerder als sierstukken voor connaisseurs.

Porselein

Porselein onderscheidt zich van andere soorten keramiek doordat de grondstoffen in de zeer hooggestookte oven volledig in elkaar versmelten tot een zeer hard en wit materiaal. Het laat geen water door, voorwerpen kunnen door de hardheid met zeer dunne wanden gemaakt worden en wanneer tegen een stuk porselein getikt wordt, geeft het een heldere klank – er zijn zelfs klokkenspelen van porselein gemaakt. Van belang bij het porseleinbakken en het verkrijgen van de strakke vorm en harde scherf is dat één bestanddeel in de oven onveranderd zijn vorm behoudt en een ander bestanddeel daarin vervloeit. Geleidelijk en proefondervindelijk verbeterden de pottenbakkers de kwaliteit van hun werk en rond het jaar 1000 maakten zij het eerste porselein.
De productie van porselein werd grotendeels geconcentreerd in de ovenplaats Jingdezhen. Hier waren de benodigde grondstoffen aanwezig en (aanvankelijk ook) het hout om de ovens te stoken. De eerste prioriteit was de levering  aan het hof in Peking, maar ook de export van porselein was als inkomstenbron voor het Chinese rijk van belang. Chinees porselein werd naar het Midden-Oosten, naar Zuidoost-Azië en zoals gezegd vanaf de 16de eeuw ook naar Europa verscheept, waarbij de pottenbakkers en porseleinschilders hun waren aan de wensen van de afnemers aanpasten.

Porselein voor Europa

Het porselein waarmee de Europese kooplieden  - eerst de Portugezen, vervolgens de Nederlanders – in de 16de en 17de eeuw te maken kregen, was steeds beschilderd met blauwe motieven. Voor de kleur blauw werd kobaltoxide gebruikt. Dit werd aangelengd met water en vervolgens werd de versiering op het gedroogde, maar nog niet gebakken, porselein geschilderd. Over de schildering werd een laag glazuur aangebracht en vervolgens werden de stukken gebakken. Kobaltoxide was enige gemakkelijk toepasbare kleur die bestand was tegen deze hoge temperaturen.

De 17de eeuw: blauw-wit porselein

Het eerste porselein dat Nederland in de 17de eeuw bereikte wordt kraakporselein genoemd, naar de Portugese schepen (caraccas) die het vervoerden. De periode 1620-1680 wordt wel de Overgangsperiode genoemd, naar de overgang van de oude Ming-dynastie naar de Qing dynastie die met geweld door de Mandsjoes uit het noorden werd gevestigd. Andere typen porselein kwamen in die periode voor de Europese kooplieden beschikbaar: het zogenaamde Overgangsporselein.

Rond 1700: blauw-wit en veelkleurig porselein

Nadat de aanvoer van Chinees porselein van 1650 tot 1680 door deze burgeroorlog vrijwel stil was gevallen, bloeide de toevoer van porselein vanaf circa 1680 weer op. Als vanouds was er porselein met blauwe beschilderingen onder het glazuur, maar nu werd het assortiment uitgebreid met tal van andere kleuren. Dit waren emails die op het glazuur werden geschilderd en in een moffeloven, op een lagere temperatuur, werden vastgebakken. Naar de overheersende kleur wordt dit porselein in de westerse wereld ingedeeld in ‘families’: famille verte, famille rose. Maar er waren ook andere stijlen: zoals encre de Chine: uitsluitend zwarte lijnen, vaak gecombineerd met goud, en Chinees Imari: een imitatie van bont beschilderd Japans porselein.

Vier kopjes, onderglazuur blauw en famille verte emailkleuren, China, eind 17e, begin 18e eeuw, Rijksmuseum, AK-RAK-1977-5/8

Tekst: Jan van Campen, Conservator Aziatische exportkunst, Rijksmuseum Amsterdam